• Nussbaum

    KAN DE ACADEMIE ONZE DEMOCRATIE NOG REDDEN?

    Dear Martha Nussbaum,

    Uw boek Niet voor de winst komt op een belangrijk moment voor Nederland. Wij beleven namelijk een dramatisch moment in ons academisch onderwijs. Ik zal U graag uitleggen wat er aan de hand is , zodat u kunt begrijpen waarom uw manifest voor ons als geroepen komt.

    Om te beginnen spreekt u van een ‘stille crisis’, een die ‘grotendeels onopgemerkt voortwoekert, net als kanker’. Dat is een huivering­wekkend beeld dat onmiddellijk doet denken aan de opening van een andere beroemde tekst: ’Er waart een spook door Europa’. Ik vrees dat beeld en uitdrukking even goed getroffen zijn. Die crisis betreft de heimelijke maar o zo gestage achteruitgang – tot aan het definitieve verdwijnen toe – van de geesteswetenschappen aan onze academie: geschiedenis (eigen en wereld-), (oude) talen, godsdienswetenschappen en studies van eigen en vreemde religies, filosofie en ethiek, levensbeschouwing, kunst(beschouwing), muziek. In plaats daarvan zien we een steeds verder oprukken van exacte, zogenaamd harde (natuur)wetenschappen, mediastudies en technologie. De sociale wetenschappen, mits geënt op het juiste technische format en het gangbare paradigma, krijgen nog een tijdje dispensatie, evenals de levenswetenschappen. U laat overtuigend zien dat wereldwijd het zogenaamde programma van de ‘liberal arts’ gedoemd is te verdwijnen, omdat internationaal politici en bestuurders zo’n algemene vorming niet langer nodig achten. Waarom zou je immers geschiedenis leren als er maar één richting is: vooruit? Waarom theologie als God niet bestaat? Waarom vreemde talen als we toch allemaal engels praten? En waarom filosofie als het doel van al onze inspanningen bij voorbaat vaststaat: economische groei? In uw analyse van het academisch onderwijs legt U op minstens drie punten de vinger op de zere plek.

    – Op de eerste plaats onderscheidt u twee soorten onderwijs: op winst gericht en op democratie. In het op winst gerichte onderwijs wordt een mensenleven in de eerste plaats gezien ‘als middel om winst mee te behalen.’ In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd leidt economische groei volgens u niet automatisch tot algemene welvaart in een democratisch bestel. Ons huidige onderwijs leidt niet vanzelf tot ontwikkelde mensen, laat staan tot een rechtvaardige samenleving. Voor dat laatste is heel wat meer nodig dan alleen een bloeiende economie. Daarvoor moeten wij jonge mensen ontwikkelen, vormen, bilden. Als het goed is gebeurt dat in de opvoeding in gezinnen, en vervolgens vooral op scholen en universiteiten. Wat voor programma is daarvoor nodig?

     

    In navolging van Rousseau, Tahore, Dewey en andere denkers hebt U sedert meer dan een decennium een modern Bildungsprogramma, het zogenaamde Human Development Programm ontwikkeld. Niet voor de winst richt zich met name op het universitaire onderwijs en laat zien dat studenten daarin allereerst een bepaalde mentaliteit, een levenshouding moeten ontwikkelen. Als die ontbreekt, heeft hun verdere academische vorming geen eigen zin en betekenis. Vóór studenten zich gaan specialiseren, moeten zij dus allereerst een soort propedeuse doorlopen waarin zij zich in twee belangrijke onderwerpen dienen te bekwamen:

    1. een socratische pedagogiek. De student moet een kritisch (zelf)­bewustzijn ontwikkelen, vaardig worden in het debat, goed kunnen analyseren en argumenteren. Alleen zo wordt iemand een autonome geest, die in staat is zelfstandig te oordelen over wat dan ook.

    2. een eigen sensibiliteit. De student moet zijn verbeelding ontwikkelen, met het oog op empathie. Studenten moeten ook lerem om positioneel te denken, of zoals u stelt ‘in staat zijn om de wereld te bekijken vanuit het standpunt van een ander.’ Van daaruit is de student in staat om mee te voelen met een ander en bereid tot wederzijdse hulp. Het behoeft geen betoog dat juist de geesteswetenschappen in combinatie met kunst: literatuur, film, dans en muziek, bij uitstek geschikt zijn om aan jonge mensen deze twee eigenschappen bij te brengen. Als autonome en empathische mensen kunnen ze in hun specialisatie een klimaat van verant­woor­delijk rentmeesterschap en een cultuur van creatieve innovatie bevorderen.

    Nederland kiest echter vandaag voor op winst gericht onderwijs. Op dit moment moeten de Nederlandse universiteiten, met name de niet-exacte vakken, van overheidswege zwaar bezuinigen. De verantwoordelijke politici en bestuurders zien het belang van geesteswetenschappen en kunst niet in. Onze bewindslieden willen niet onder ogen zien dat de kredietcrisis op rekening komt van onverantwoordelijk handelende individuen. Ze willen niet toegeven dat het echec van de banken geen toeval was en alles te maken had (en heeft!) met een cultuur van ja-knikkers. Wat zegt onze minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt: ‘Ik wil alles uit het kind halen.’ (Trouw 22 april 2011) Hoe dan? Door een vakkenpakket van Engels, taal, rekenen en economie. Geen enkel woord over brede algemene vorming, dat vind ze maar flauwekul. Ik zou mijn kind niet graag aan Marja overlaten. De Nederlandse overheid bezuinigt op de kunsten, want ze vindt artistieke creativiteit niet speciaal waardevol. O nee? Wat was Apple geweest zonder de creatieve geest van Steve Jobs? Zo bezien maakt ons huidige kabinet niet alleen een bloeiend leven in een rechtvaardige samenleving onmogelijk, maar ruïneert zij op termijn haar eigen doelstelling van economische groei.

    Niet alleen politici, ook de universitaire besturen zelf doen vandaag graag mee aan het leveren van op winst gericht onderwijs. In zijn briljante essay Topkitsch en slow science heeft Rene Boomkens al in 2008 laten zien dat en hoe de nederlandse academie een verlengstuk geworden is van het bedrijfsleven met haar logica van productie en rendement. Sindsdien is het er alleen nog maar erger op geworden. Hoogleraren doen alleen nog maar aan zogenaamd toponderzoek. De Nederlandse academicus wringt zich in alle mogelijke bochten om in een angelsaksisch triple A tijdschrift te mogen publiceren. Dat lukt natuurlijk vrijwel nooit en dan gaat men wanhopig op zoek naar een lager geklasseerd tijdschrift enzovoorts. Zo houdt men elkaar gevangen en de schijn hoog. Intussen is van goed onderwijs: kleine klassen, veel contacturen, aandacht voor de papers van studenten en vooral voor hun humanistische vorming, al lang geen sprake meer. Het wordt tijd dat Ad Verbrugge, de oprichter van Beter Onderwijs Nederland, een academische variant bedenkt. Voor maat­schappelijk engagement moet je al helemaal niet meer op de universiteit zijn. 95 % van de Nederlandse filosofen, de ethici incluis, heeft nog nooit iets gepubliceerd over onderwijs, zorg, verantwoordelijk­heid in organisaties, humaniteit in gevangenissen, duurzaamheid en milieu, laat staan over de houdbaarheidsdatum van de nederlandse democratie. Het excuus: daar mogen wij helemaal niet over schrijven. Onze elite is verregaand ‘topkitsch’ gedisciplineerd. Als Wilders morgen aan de macht komt, zal zij waarschijnlijk zeggen: ‘we hebben het niet geweten’.

    – Het tweede punt van groot belang in Niet voor de winst is uw mensbeeld. In tegenstelling tot wat men wellicht zou denken vertrekt uw analyse niet zomaar van een positieve kijk op de menselijke natuur. Integendeel, u laat goed zien – met dank aan Freud en aanverwanten – hoe het jonge kind moet leren om zijn primaire narcisme, zijn schaamte over zijn lichamelijkheid en zijn onmacht te overwinnen. Opvoeding betekent nu juist: jonge mensen niet alleen leren inzien maar ook leren aanvaarden dat ze als mens kwetsbaar zijn en afhankelijk van anderen. Alleen wie daarin slaagt, is zelf beter in staat om open te staan voor anderen en anderen te helpen. Wie er echter niet in slaagt om zijn onmacht te verdragen, zal zijn angst, walging en schaamte over zichzelf al gauw op anderen projecteren. Die ander, die vreemdeling, die allochtoon deugt niet; hij stinkt, is een rat, tuig. Met andere woorden: humanistische vorming via de geestesweten­schap­pen en kunsten is van groot belang voor een bloeiend, gelukkig leven. Maar zij is van nog veel groter belang voor het voorkomen van mislukte levens en het tegengaan van een cultuur van haat.

    In zijn reactie op de aanslag van Breivik in Noorwegen schreef Wilders: ‘De Partij voor de Vrijheid heeft nooit en te nimmer opgeroepen tot geweld en zal dat ook nooit doen. Wij strijden op een democratische en geweldloze manier tegen de verdere islamisering van onze samenleving en zullen dat blijven doen’. Dat klopt alleen in letterlijke zin. Maar met zijn voortdurende stereotyperingen van de islam als een gewelddadige beweging schept Wilders wel een voedingsbodem voor geweld. Een beetje intelligente rechtbank had dat onderscheid toch wel kunnen maken? Wij, Nederlandse academici, moeten niet ophouden zijn diskwalificaties en stereotyperingen te ontmaskeren en te bestrijden. We moeten ons niet terug­trekken in onze ivoren toren maar blijven inzetten voor een vreedzame en democratische samenleving. De multiculturele samenleving is niet mislukt, zij is een gestaag proces van integreren dat om geduld en inzet vraagt.

    – Hoe dat kan laat u, ten derde, overtuigend zien in uw betoog over de rol van de kunst. Naast kritische wetenschap is de rol van de kunst van eminent belang om onze verbeeldingskracht te stimuleren. In zijn Handwerk van de vrijheid, maar ook in zijn romans heeft Peter Bieri alias Pascal Mercier prachtig laten zien hoe belangrijk het is om je verbeelding te gebruiken om je bewust te worden van je eigen mogelijkheden. U laat bovendien heel goed zien dat vooral de literatuur onze ver­beelding scherpt zodat we ons beter kunnen inleveren in anderen. Maar u gaat nog een stap verder, want we kunnen ons ook zonder kunst vaak goed inleven in onze naasten. Kunst is echter nu net het medium waarlangs we ons goed kunnen inleven in de vreemdeling, in die verre ander wiens levenswijze – zijn voeding, zijn religie, zijn zelfrespect – we helemaal niet kennen. In die zin heeft kunst een revolutionaire kracht en dat is volgens u de ware reden waarom politici doorgaans zo op hun hoede zijn voor de kunst. In dit verband moet ik u meedelen dat onze huidige regering onlangs besloten heeft tot een ongekende bezuinigingsronde op alle kunsten. Tal van kunstenaars en artistieke gezel­schap­pen hebben vanaf dit jaar geen middelen meer van bestaan. Waar onze academici geen maatschappelijk engagement willen, wordt dat voor een grote groep kunstenaars botweg onmogelijk gemaakt.

     

    Misschien moeten we onze hoop richten buiten de academie. De Nederlandse filosoof Henk Oosterling heeft zich in Rotterdam ontfermd over een groep autochtoonse en allochtoonse jongeren. Hij leert hen koken, hun eigen tuintje onderhouden en hun weerbaarheid vergroten via judo. Hij is de John Dewey van onze tijd, Dewey hield immers ook niet van abstracte kennis maar wel van praktische wijsheid. Het onderwijs van Oosterling is niet op winst maar op vorming gericht. Hij leert de jongeren zelfrespect en empathie, gevoel voor anderen.

    Dear Martha Nussbaum. Uw boek is een oproep aan de bestuurders van het Nederlandse onderwijs en de verantwoordelijke politici: Bewaak uw cultuur en voedt uw burgers op tot mensen die voor zichzelf en elkaar verantwoordelijkheid kunnen en willen nemen. Daarom is Uw manifest het belangrijkste boek van dit jaar voor ons land. Socrates was een ‘wakker schudder’. U bent dat ook. Net als Socrates doet u iets wat officieel niet mag van de huidige wetenschappelijke autoriteiten, u engageert u. U bent de horzel van onze academie en terecht. Want onze politici en bestuurders snappen niet dat ze bezig zijn om onze democratie ten gronde te richten. Daarom hoop ik dat u regelmatig terugkeert om hen flink op te porren en te doordringen van hun verantwoordelijk­heid voor de democratie. Blijf niet te lang weg. Als onze eigen teaparty gaat regeren, bestaat de kans dat u geen inreisvisum meer krijgt.

    Joep Dohmen is hoogleraar wijsgerige en praktijkgerichte ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek. Deze tekst spreekt hij op 4 september uit op de ISVW in Leusden, waar Martha Nussbaum de jaarlijkse Frederik van Eedenlezing houdt nav. haar boek Niet voor de winst. Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. Ambo 2011, ISBN 9 789026 324048

    All Posts
    ×